In memoriam: prof. dr. A.K. (Koos) Slob

In memoriam: prof. dr. A.K. (Koos) Slob

In Memoriam Prof. Dr. Koos Slob (Dordrecht, 21 augustus 1940 - Ayen, Frankrijk 7 juli 2026)

Na een onvoorstelbaar actief leven is Koos Slob op dinsdag 7 juli 2026 op 85-jarige leeftijd overleden. Koos is in medische en seksuologische kringen vooral bekend geworden door zijn tomeloze inzet om de seksuologie als discipline en als wetenschapsgebied op de kaart te zetten. Anderen zullen hem vooral herinneren als bevlogen ‘amateur’ dendroloog, die na zijn wat premature emeritaat in 2001, samen met zijn echtgenote, huisarts Ineke Vink, het Arboretum ‘La Tuillière’ in de Corrèze (Zuidwest-Frankrijk) heeft gecreëerd.

Deze feiten illustreren dat Koos een van de zeldzame exemplaren was van het ras ‘homo universalis’ , zoals ook moge blijken uit zijn bijzondere loopbaan. Hij studeerde in 1965 aan de UU af als bioloog, terwijl hij al sinds 1961 werkte als leraar biologie. Hij werd in 1966 parttime wetenschappelijk medewerker bij het Instituut voor Antropobiologie van de UU en vervolgens in 1967 wetenschappelijk medewerker bij de afdeling Endocrinologie, Groei en Voortplanting van de Medische Faculteit Rotterdam. Daar begon zijn fascinatie voor de geslachtelijke en seksuele ontwikkeling van zoogdieren. Dit mondde in 1972, na een intermezzo van een jaar als visiting scientist in het Oregon Regional Primate Research Center, uit in een promotie (promotor Prof. van der Werff ten Bosch) als doctor in de Geneeskunde met het proefschrift ‘Perinatal endocrine and nutritional factors controlling physical and behavioural development in the rat.’ Vanaf dat moment noemde Koos zichzelf bioloog en medisch fysioloog als opmaat voor een stroom aan publicaties over de invloed van geslachtshormonen op seksuele ontwikkeling en seksueel gedrag van onder andere ratten en makaken.

In die tijd kwam in Nederland de seksuologie tot wasdom en vonden onderzoeksgroepen als die van Walter Everaerd en van Koos Slob elkaar in het onderwijs aan studenten geneeskunde en studenten psychologie. Ook Koos begon in die tijd met psycho-fysiologisch onderzoek bij mannen met en zonder erectiestoornissen en voortijdige zaadlozing. Seksuologisch Nederland bruiste in die tijd van de activiteiten en mede dankzij Koos werd het primaat van de medici doorbroken en werd de kiem gelegd voor het structureel bio-psychosociaal karakter van de Nederlandse seksuologie. Koos was nauw betrokken bij de oprichting van de NVVS in 1981 die volgens hem eerst en vooral een wetenschappelijke vereniging moest zijn en geen (of minstens primair niet) een beroepsbelangenbehartigingsvereniging. Bij de oprichtingsvergadering ontmoette ik als seksuoloog in wording hem voor het eerst en was verbaasd over het feit dat deze bioloog als duizendpoot ook didactische en hulpverlenersvaardigheden bleek te bezitten en ook nog eens ongelofelijk aimabel was.

Hij stond als bestuurslid van de NVVS (1981-1987) altijd pal voor bestuurlijke integriteit en een gezonde financiële basis van de vereniging. Sinds die begintijd heb ik hem vele malen ontmoet in zijn rol als bestuurslid van de NVVS (1981/1987), als hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Seksuologie (1987-2000), bij zijn inauguratie als bijzonder hoogleraar Fysiologie en Pathofysiologie van de Seksualiteit in 1991, in zijn rol als initiator van de in 1992, samen met Jan Schraag, begonnen Rotterdamse ´Basiscursus Seksuologie’, die met de vervolgcursussen `hulpverlening’ en ‘voorlichting en onderwijs´ model heeft gestaan voor de seksuologie opleiding in Utrecht.

Bij dit alles benadrukte Koos vooral de noodzaak van een wetenschappelijke en multidisciplinaire basis van de NVVS en van de opleiding tot seksuoloog. Koos en ik konden het hartelijk eens en oneens zijn over de wijze waarop het onderwijs in de seksuologie en de opleiding tot seksuoloog NVVS georganiseerd zou moeten worden. Maar ook dat was Koos; wanneer ‘we did agree to disagree’ had dat absoluut geen enkele consequentie voor het wederzijds respect. Naast 125 op PubMed vermeldde publicaties, waarvan 35 als eerste auteur, was Koos ook zeer actief in het verspreiden van kennis over seksualiteit onder professionals en het grote publiek.

Ik raakte zelf als jonge seksuoloog in wording zeer geïnspireerd door het in 1984 verschenen boek ‘Facetten van Seksualiteit’, een inleiding tot de seksuologie, onder redactie van Koos, Jos Frenken en Anja Meulenbelt. Voor (medische) studenten in hun klinische studiejaren verscheen in 1987 ‘Seksuologie voor de Arts’ onder redactie van Koos, Ineke Vink, Jan Moors en Walter Everaerd. Dat werk gaat vanaf 1998 verder als ‘Leerboek Seksuologie’ en is onder wisselende redacties tot op heden het standaard seksuologische leerboek gebleven. Voor het grote publiek schreven Koos en Ineke samen ‘Een opstandige jongen’ (1993) en ‘Mannen, Vrouwen & Vrijen’ over met name erectieproblemen van mannen, met als belangrijkste boodschap dat de meeste erectieproblemen een niet-medische oorzaak hebben.
Koos heeft veel betekend voor de Nederlandse Seksuologie en het verbaasde dan ook niemand dat hij in 1987 de eerste was die de prestigieuze van Emde-Boas - Van Ussel prijs in ontvangst mocht nemen en ook werd benoemd als erelid van de Nederlandse Vereniging voor Seksuologie (NVVS). Toch had hij in 2001 de buik vol van een wetenschapsgebied waarin ook toen al soms “meningen” meer waard lijken te zijn dan wetenschappelijk vastgestelde feiten en stortte hij zich vol overgave in een leven op en rond het arboretum dat hij en Ineke Vink gestalte gaven.

Wij herinneren ons Koos vooral als de altijd goedlachse collega-wetenschapper die mee aan de basis heeft gestaan van een vakgebied dat 40 jaar geleden nog in de kinderschoenen stond.
Zijn echtgenote, kinderen, kleinkinderen en achterkleinkind  wensen wij veel sterkte toe bij het dragen van het verlies van een dendrologisch en seksuologisch icoon en die ongetwijfeld vooral ook als lieve pater familias herinnerd zal worden.

Muiden 13 juli 2026
Rik van Lunsen (met dank voor de input van met name Luk Gijs)

Terug naar het Nieuwsoverzicht