info@nvvs.info

075 - 647 63 74 (ook voor media)

nvvs.nieuws.bigbanner

In memoriam - Walter Everaerd

Gepubliceerd in Nieuws op dinsdag, 12 november 2019

Voormalig vicevoorzitter van de NVVS en nationaal en internationaal gerenommeerd psycholoog en seksonderzoeker Walter Everaerd overleed op 4 oktober op 82-jarige leeftijd. Walter leed al een aantal jaar aan blaaskanker. Hij was getrouwd met Bets Miedema en heeft 3 kinderen en 8 kleinkinderen.

Walter was een pionier in de klinische en experimentele seksuologie en stond aan de wieg van en gaf vorm aan het seksonderzoek in Nederland vanaf de jaren 1970. Op 21-jarige leeftijd, na 2 jaar militaire dienst, begon Walter aan een studie scheikunde aan de Universiteit van Utrecht. In het eerste jaar raakte hij echter gefascineerd door psychologische vraagstukken en besloot hij over te stappen naar psychologie. Hij specialiseerde zich, eerst als assistent van professor Dijkhuis en later als wetenschappelijk (hoofd)medewerker, in nieuwe en veelbelovende gebieden als de experimentele klinische psychologie en psychotherapie. In een academisch klimaat waarin psychoanalyse, Rogeriaanse psychotherapie en introspectie nog golden als de gouden standaard viel hij op door zijn experimentele en gedragswetenschappelijke benadering van psychologische problemen. Ook was hij één van de weinige wetenschappelijke medewerkers die het vanzelfsprekend vonden om onderzoeksresultaten te publiceren en stond daarmee aan de basis van de huidige academische praktijk. Als jonge wetenschappelijke medewerker was hij één van de grondleggers van de gedragstherapie in Nederland en van de (toen nog) Vereniging voor Gedragstherapie, waarvan hij in de jaren 1970 voorzitter was. Na zijn promotie ‘Operante konditionering met chronische psychiatrische patiënten’ in 1970 werd hij de motor achter een groep gedreven jonge collega’s en studenten, met wie hij een onderzoeksprogramma opzette op het gebied van de gedragstheorie en het effect van gedragstherapie bij uiteenlopende stoornissen. Geïnspireerd door het werk van Masters en Johnson raakte hij ook geïnteresseerd in seksuele stoornissen.

Walter werd op 37-jarige leeftijd hoogleraar Psychologie aan de Universiteit Utrecht en stapte 12 jaar later over naar de Universiteit van Amsterdam. In Amsterdam zette hij het psychofysiologische seksonderzoek voort dat hij in Utrecht met Joost Dekker was begonnen. Walter was zeer succesvol in het binnenhalen van onderzoeksgeld op terreinen zo divers als symptoomperceptie, interoceptie, seksuele opwinding, vaginisme, stress en gezondheid, kanker, astma, en, aan het eind van zijn carrière, het traumatische geheugen. Hij was maar liefst 20 jaar lid van de Gezondheidsraad, lid en later voorzitter van Psychon (nu NWO), hij vervulde bestuursfuncties in wetenschappelijke verenigingen en organisaties zoals het Nederlands Instituut van Psychologen, de stichting homo- en lesbische studies en de Rutgersstichting, was voorzitter van de wetenschappelijke adviesraden van de ME stichting en het Astmafonds, en hij was bestuurslid van door de KNAW erkende onderzoeksscholen als EPP en EPOS. Ook aan beide universiteiten waar hij werkzaam was bekleedde hij diverse bestuursfuncties en hij was zowel decaan aan de subfaculteit Psychologie van de Universiteit Utrecht als later decaan van de faculteit Psychologie van de UvA.

Walter’s vele theoretische en experimentele bijdragen aan de seksuologie hebben in belangrijke mate bijgedragen aan hoe het veld over de jaren is veranderd, hoe we seksualiteit definiëren, en hoe we seksuele problemen behandelen. Beinvloed door zijn visie beschouwen we de seksuele respons niet langer als een drift maar als de uitkomst van informatieverwerkingsprocessen. Walter was de eerste wetenschapper die voorstelde dat seksuele opwinding moet worden gezien als een emotie. Onze huidige kennis over en visie op problemen met seksuele opwinding en verlangen, zoals inmiddels gereflecteerd in de DSM-5,  zijn direct en indirect geïnformeerd en geïnspireerd door Walter’s theoretische en experimentele werk.

Walter was een bescheiden, aardige en genereuze man die zijn taak als academische mentor net zo serieus nam als zijn wetenschappelijk onderzoek. Hij was promotor van ongeveer 60 PhD studenten, waarvan velen op hun beurt ook hoogleraar zijn geworden. Zonder overdrijving kunnen we stellen dat Walter een aantal generaties Nederlandse seksuologen heeft voortgebracht. Zijn ‘seksuologische’ promovendi zijn Jos Frenken, Peggy Cohen-Kettenis, Joost Dekker, Theo Sandfort, Bram Kuiper, Anne Oldenhave, Adriaan Tuiten, Ellen Laan, Arno Toorians, Erick Janssen, Jacques van Lankveld, Daan van Beek, Janneke van der Velde, Luk Gijs, Mark Spiering, and Stephanie Both. Wij kennen hem als een inspirerende ‘promotor’ in de ware zin van het woord, die zijn promovendi volop de ruimte gaf om zich te ontwikkelen, ze naar voren schoof, en hen toegang gaf tot zijn netwerk.

Vanzelfsprekend werd Walter nationaal en internationaal gelauwerd voor zijn bijzondere staat van dienst. Zo was hij president van de International Academy of Sex Research, ontving hij de Gold Medal van de World Association for Sexual health, de prestigieuze Heymansprijs van het Nederlands Instituut voor Psychologen, was hij Seksuoloog van het jaar van de Poolse Seksuologische Academie, en ontving hij de Van Emde Boas-van Ussel prijs van onze eigen vereniging.

We zijn dankbaar voor wat Walter ons heeft geleerd en gegeven. We missen hem.

Ellen Laan, Erick Janssen

Terug naar Nieuws