info@nvvs.info

075 - 647 63 74 (ook voor media)

NVVS Virtueel Congres 2020 - Seksuele en Relatiediversiteit

Start Datum: vrijdag, 27 november 2020
Eind Datum: vrijdag, 27 november 2020

Op vrijdag 27 november vond het NVVS Najaarscongres van 2020 plaats, met als thema Seksuele en Relatiediversiteit. Virtueel, in verband met de welbekende omstandigheden rondom Covid-19. Vanachter de computer konden we allemaal meeluisteren naar de presentaties van experts op het gebied van Seksuele en Relatiediversiteit. Experts die zelf ook allemaal vanachter de computer hun verhaal deden, gelukkig ging het technisch bij de meesten heel goed.

Het doel van het congres was het verbreden van de erkenning rondom Seksuele en Genderdiversiteit onder professionals die hiermee te maken hebben. Vanuit de klinische en de wetenschappelijke werkvelden werd er aangehaakt bij het congres. Zo’n 206 onderzoekers, gynaecologen, psychologen, seksuologen e.a. luisterden mee naar het verhaal dat de gastsprekers te vertellen hadden. Een verhaal over diversiteit, misschien nog meer diversiteit dan waarmee de meeste mensen al bekend zijn, over vragen stellen bij absolute categorieën, doing gender en een oproep om met z’n allen te ‘queeren’.

Het congres werd gemodereerd door Laura Baams, universitair docent en onderzoeker op de Faculteit Gedrags- & Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen, en één van de organisatoren van het congres. Nadat Laura het openingswoord had gedaan, en ik eindelijk mijn laptop op een redelijk plekje had staan qua internetverbinding, was de eerste spreker Theo Sandfort. Opgeleid als sociaal psycholoog zoomde Dr. Sandfort in vanuit de Verenigde Staten.

Het thema van het verhaal van dr. Sandfort was Seksuele en Relationele Diversiteit: Toen en Nu: we werden meegenomen in het verleden, en het werd ons uitgelegd hoe de seksuele en relationele diversiteit zich heeft ontwikkeld sinds de jaren 60 van de vorige eeuw. Centraal in dit verhaal stond de toegenomen zichtbaarheid van die diversiteit, en vooral: de toegenomen woordenschat om diversiteit te kunnen omschrijven.

Dit heeft geleid tot een explosie aan labels die steeds meer mensen de mogelijkheid bieden om zichzelf in te kunnen herkennen. Tijdens de Q&A kwam naar voren, dat wat betreft dr. Sandfort sexual agency een centraal thema is om in de komende jaren aandacht aan te besteden: Wat drijft mensen, hoe komen mensen tot bepaalde keuzes? Maar, maken alle nieuwe keuzes en mogelijkheden het leven niet alleen maar lastiger, vraagt iemand? Zeker, keuzes zijn lastig, antwoordde dr. Sandfort, “maar de ruimte en vrijheid en het gevoel ergens bij te horen voor andere mensen is denk ik veel belangrijker voor onze geestelijke gezondheid”.

Nadat we op de hoogte waren gebracht over de geschiedenis, was het aan Maaike Muntinga om dieper in te gaan op de theorie die alle categorieën ‘kapot’ wil maken: de Queer Theory. In een voor mij vermakelijke uiteenzetting van de Queer Theory, helaas minder goed verstaanbaar door een protesterende microfoon, ging Muntinga verder in op de relevantie en toepassing van Queer Theory in de gezondheidszorg.

En dan gaat het niet over Queer als identiteitslabel, maar om Queer als theorie. Over de (normatieve) bril waardoor we naar de wereld kijken. En de vraag of jij in jouw dagelijkse werkveld voldoende vragen stelt bij de norm, bij wat ‘normaal’ is. Hierbij kwam Muntinga met 3 doelstellingen om dit in het werk te onderzoeken en herkennen: 1. Diversiteit, 2. Inclusiviteit en 3. Transformatie.

Het eerste doel gaat over zorgbehoeften van mensen met niet-normatieve gender of seksualiteit: bijvoorbeeld: hoe includeren we roze ouderen, of transpersonen?

Wanneer je het eerste doel hebt bereikt, kun je het kritisch worden op heersende normen, en de bewustwording van aannames, als tweede doel nastreven. Bijvoorbeeld: waarom roepen we in de wachtkamer “Meneer [achternaam]”, in plaats van alleen de naam van die persoon? Of, welke lichamen zijn seksueel actief?

Het derde en ultieme doel, transformatie, gaat over het grotere systeem, en hoe je dat kunt veranderen. Wanneer is iets een relatie, of een familie, en wat betekent het om ‘ziek’ te zijn? Hierbij gaat het erom dat je als professional of organisatie niet uitgaat van zekerheden, maar van twijfel.

Queer theory kan een groots en ingewikkeld iets zijn, zeker met de filosofische schrijvers die hierover schrijven. Muntinga heeft met deze 3 doelen een handvat gecreëerd opdat iedereen stap voor stap Queer Theory, oftewel twijfel, kan toepassen in diens eigen praktijk.

De presentatie van Muntinga is later nogmaals opgenomen, in verband met de slechte microfoon kwaliteit tijdens het congres. Deze is na te kijken op de website van de NVVS.

Nu we de geschiedenis en de theorie hadden gehad, was het tijd om specifiek in de relatiediversiteit te duiken met Jantine van Lisdonk: antropoloog, onderzoeker en schrijver. Relatiediversiteit is een onderwerp dat volgens van Liesdonk nog te weinig wordt besproken, terwijl het de missing link is in de emancipatie. We werden meegenomen vanuit de geïdealiseerde norm van ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’: de romantische en seksuele exclusieve langdurige relatie met een gelijkwaardige partner in één huishouden. Dit terwijl van Lisdonk uitlegt dat er een heel spectrum is aan relatievormen, die in meer of mindere mate soms nog in een taboesfeer bestaan.

We krijgen een uitleg van de grote diversiteit aan vormen van relaties die anders zijn dan monogaam. Uit de Mentimeter blijkt ook een hele wereld aan woorden naar voren te komen zoals deelnemers aan dit congres hun geprefereerde relatievorm omschrijven. En, hoe zit het eigenlijk met de hechting van niet-monogame relatievormen: is het wel gezond voor de mens? Hierbij wordt er verwezen naar een artikel van de Witte (2020), die ook uitlegt: er is met regelmaat juist sprake van een betere hechting onder mensen met een polyamoreuze relatie dan bij degenen met een monogame relatie. De tip die van Lisdonk dan ook meegeeft: reflecteer eens op je eigen aannames en waarden over wat jij een gezonde relatie vindt?

Na een pauze, waarin iedereen even de benen kon strekken en de ogen wat rust kon geven van het beeldscherm, kwam Hanneke de Graaf, senior onderzoeker, ons vertellen over Seksuele en Genderdiversiteit onder Jongeren. De Graaf heeft onderzoek gedaan naar jongeren onder hun 25e, en hoe zij om gaan met onderwerpen rondom seks. Eén vraag die ze op het congres kwam beantwoorden was: hoeveel lhbti jongeren zijn er nou precies? En om maar met de deur in huis te vallen: daar zijn geen precieze cijfers van, mede omdat het lastig te definiëren groepen zijn.

Want als onderzoeker heb je categorieën nodig. Waar we voor de pauze nog een vurig pleidooi hadden gekregen over het afschaffen van alle categorieën, moet een onderzoeker de deelnemers onderverdelen in hokjes om de ingevoerde antwoorden te kunnen overzien. Zo vertelt de Graaf onder andere dat de kijk op genderidentiteit over de jaren is veranderd. Er is meer aandacht voor transpersonen, en meer jongeren melden zich met vragen rondom dit onderwerp bij de zorg. Ook blijkt uit cijfers dat bepaalde problemen, waaronder seksueel geweld, vaker voorkomt bij lhbti jongeren. De reden daarvan is natuurlijk de vraag, en een kip-ei verhaal, maar in ieder geval is onbekendheid met diversiteit nog steeds een deel van het probleem. En, daar kan dus ook een oplossing liggen: bekend, maakt bemind.

Dieper ingaand op de psychologische achtergrond van Seksuele en Relatiediversiteit komt nu Ardalan Najjarkakhaki aan het woord, GZ-psycholoog. De voornaamste patiënten die langskomen hebben een biculturele achtergrond, en zijn lhtbi+. Najjarkakhaki werkt daardoor in een dynamisch samenspel tussen seksuologie, (sub)culturele factoren en eventuele psychopathologie.

We worden meegenomen in de dagelijkse praktijk door middel van 2 complexe casussen die ‘uitnodigen’ tot over-diagnostiek: één van de valkuilen bij deze doelgroep volgens Najjarkakhaki. Mocht je zelf zulke complexe patiënten in de praktijk krijgen, is de tip van Najjarkakhaki dan ook om de driehoek van seksuologie, (sub)culturele factoren en mogelijk psychopathologie te gebruiken, om zo een completer verhaal te krijgen. Het is belangrijk om als professional hierbij de balans van onder- en overdiagnosticering in de gaten te houden, en de patiënt te helpen bij het verbreden van diens culturele en vocabulaire horizon rondom het onderwerp. Zoals al eerder aan bod kwam tijdens het congres: meer taal zorgt voor meer vrijheid. En uiteraard: verwijs desnoods naar instanties die gespecialiseerd zijn in culturele vraagstukken.

Gedurende de volgende presentatie werden we meegenomen naar de Pride door Karin Pool, oprichter van RozeInWit: lhbti+ stichting voor artsen (in opleiding). Het voornaamste doel van RozeInWit is meer zichtbaarheid te creëren voor lhbti+ binnen de zorg, omdat het zeker als arts in opleiding lang niet altijd veilig aanvoelt om jezelf te zijn op de werkplek. Maar, ook als patiënt is het fijn om te kunnen checken of jouw arts een lhbti+ veilige omgeving wil bieden.

Naast dat ze meer zichtbaarheid willen creëren is ook kennis een centraal speerpunt van de stichting. Niet zozeer om zelf kennis te verspreiden, maar wel om te lobbyen voor meer kennis in het werkveld en tijdens de opleiding. Het is echter een hele jonge organisatie opgericht door notabene longartsen, precies die artsen die het in 2020 heel erg druk hebben, en dus staat alles nog in de kinderschoenen. Wel kreeg ik opeens ergens gedurende de presentatie, toen ik even opkeek van mijn notities, doordat Pool opeens een grote bril op had, en toen een pruik. Vervolgens kwam er lippenstift bij op, en een witte doktersjas. De boodschap was duidelijk: wij staan voor zichtbaarheid, en de Pride mag dan dit jaar wel niet doorgaan, Pool bracht Pride heel eventjes naar het congres toe.

Ter afsluiting was het woord aan Ine Vanwesenbeeck, hoogleraar aan de Universiteit Utrecht en senior adviseur bij Rutgers kenniscentrum voor seksualiteit. Vanwesenbeeck vatte voor ons de hele dag samen, en moest concluderen: “De noodzaak is evident, de kennis gering, de vooroordelen tieren welig”. Alhoewel het de goede kant op lijkt te gaan, is anti-genderism in opkomst door heel Europa, in zo’n sterke mate zelfs dat er zo’n 100 Europese organisaties zijn zich hier dagelijks mee bezig houden.

Het antwoord hierop is meer onderzoek, over de (on)gezondheid van diversiteit dan wel stigma. Welke interventies het beste werken, welke kennis we het beste kunnen verspreiden. Maar ook in het klinische werk valt nog veel eer te behalen: er zijn nog veel meer lagen om naar te kijken. Meer alternatieven om te onderzoeken, en taal voor te vinden. Een kwestie van doen, niet alleen zijn.

Hiermee kwam het congres, met de belofte voor een toost volgend jaar, tot een einde na de dankwoorden van Laura Baams voor alle gastsprekers en bezoekers.

---

Voor mij als Genderfilosoof en met een achtergrond in Gender Studies was het ontzettend interessant bij dit congres aanwezig te mogen zijn. Het werkveld van de NVVS ligt vlak naast de mijne dus er was veel bekends, maar ook veel nieuws. Als trainer en spreker val ik niet onder de doelgroep, maar Queer Theory en Seksuele Diversiteit zijn wel onderwerpen waar ik mij dagelijks mee bezig houd. Relationele Diversiteit was voor mij een nieuw onderwerp waar ik zeker wel bekend mee ben, maar ik mij niet bewust dagelijks mee bezig houd. Zeker, daar is voor mij veel winst te behalen in mijn werk, door dit bewuster te incorporeren. Ik zou nog willen zeggen: zoek ook eens Kahneman op, en ga op zoek naar je 2e systeem! Al met al was het een boeiende middag, die zeker in mijn werk van pas zal komen. Ik bleef echter wel achter met deze vraag: hoe kunnen we de Queer Theory die Muntinga heeft uitgelegd, combineren met de noodzaak voor labels in onderzoek, zoals uitgelegd door de Graaf?

Geschreven door: Eelste Abels